Zijn we eerlijk genoeg?

Het is duidelijk dat de dingen op lokaal niveau moeten veranderen, dat boeren een hogere prijs moeten verdienen voor hun groene bladeren en dat theeteelt als een waardig beroep langzaam aan het verdwijnen is. Je komt heel snel tot deze conclusie, maar zorgen voor verandering gaat zo snel nog niet.

Terug in het comfortabele Europa, terwijl we op 10.000 km afstand aan onze heerlijke Oost-Afrikaanse thee nippen, is het verrassend gemakkelijk om de honderden verschillende groentinten en de ochtendmist over de bergtoppen te vergeten. Wat ik alleen niet kan vergeten, zijn de oprechte glimlachen van de mensen die we op onze theereis hebben ontmoet.

Je wordt heel gemakkelijk meegezogen in de grote reeks kleine taken die je als start-up in orde moet krijgen… Eén van de belangrijkste uitdagingen die niet alleen Frank about tea, maar de meeste ondernemingen, onder ogen moeten komen wanneer ze proberen op een maatschappelijk verantwoorde manier zaken te doen is:

Hoe weet je zeker of op kilometers afstand op een ethisch verantwoorde manier wordt gewerkt, zonder daarbij in staat te zijn het welzijn van de betrokkenen (d.w.z. onze theeboeren) iedere dag persoonlijk in de gaten te kunnen houden?

Een ‘oplossing’ hiervoor die door velen wordt gebruikt, is het toevoegen van een keurmerk door bijvoorbeeld te werken met coöperaties van boeren die door Fair Trade gecertificeerd zijn en uitsluitend bij hen in te kopen. Door een Fair Trade-label op producten te zetten, hopen bedrijven je aankoop een beetje ‘eerlijker’ te laten lijken, aangezien gecertificeerde boeren een prijspremie boven op de wereldmarktprijs horen te ontvangen.

Om dit met cijfers te illustreren, zal ik Tony’s Chocolonely als voorbeeld* gebruiken. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van Tony (vooral hun chocolade met zeezout-/karamelsmaak), maar dit is een mooi voorbeeld om fair trade in perspectief te plaatsen. Naast het gebruik van de Fair Trade-certificeringen, investeert het bedrijf zogezegd in landbouwgemeenschappen via de Chocolonely Stichting; deze ontvangt 10% van de jaarlijkse nettowinst van Tony’s Chocolonely, maar daar gaat het nu even niet om.

In Ghana betaalt Tony een prijspremie van 25%, waarvan ongeveer 12,5% Fair Trade-premie is, wat uitkomt op ~€ 0,15 bovenop de marktprijs van ~€ 1,20 in West-Afrika.

“Om een certificaat te krijgen, betalen zowel de (coöperatie van) boeren en de bedrijven een jaarlijkse bijdrage aan de Fair Trade-organisatie. In ruil daarvoor ontvangt de boer de prijspremie, en het handelsmerk mag het Fair Trade-label op hun verpakkingen zetten.”

De premie wordt uitbetaald op een spaarrekening van de coöperatie, en in theorie zouden alle leden democratisch moeten besluiten hoe de premie wordt geïnvesteerd, bijvoorbeeld in de bouw van een nieuwe school in de gemeenschap. In werkelijkheid beslist het hogere management van de coöperatie vaak eenzijdig zonder hun leden te informeren, en boeren zijn vaak niet eens op de hoogte van het feit dat zij indirect betalen om Fair Trade-gecertificeerd te zijn.

De licentiekosten die aan de Fair Trade-organisatie betaald moeten worden, door zowel de boerencoöperatie als Tony’s, is waar de schoen het meeste wringt. 2% van Tony’s productiekosten per chocoladereep gaat naar het licentierecht (tegenover maar 1% van de kosten die naar de Fair Trade-premie gaan).

In 2012 bijvoorbeeld, moest Tony een totaal van 82.971 EUR aan de Nederlandse Fair Trade-organisatie Max Havelaar (die deel uitmaakt van Fairtrade International) betalen, wat twee keer meer was dan de prijspremie die naar de boerencoöperaties ging. Je vraagt jezelf dan natuurlijk af of dat geld niet anders besteed had kunnen worden… En deze case study bevat niet eens de cijfers over de bijdrage die ook de boerencoöperatie aan Max Havelaar moest betalen, bovenop de licentiekosten die Tony’s al betaalde voor het verkopen van chocolade met het Fair Trade-keurmerk.

Hoewel Fair Trade gezien kan worden als een ‘goed begin’, zoals Tony’s Chocolonely het stelt, blijft de werkelijke impact van de certificering op lokaal niveau vrij beperkt. In werkelijkheid brengt Fair Trade verschrikkelijke hoeveelheden papierwerk, hoge administratiekosten en dure controles met zich mee. De Fair Trade-certificering, naast vele andere certificeringen (zoals Utz, Rainforest Alliance), wordt vaak gepresenteerd als een duurzame manier om de levensomstandigheden van boeren te verbeteren, echter met een hoog prijskaartje voor zowel de boer als de koper. Interessant genoeg zijn vele fabrieken in Rwanda al Fair Trade-gecertificeerd. Als wij een Fair Trade-keurmerk op Frank about tea zouden willen, dan zou dat kunnen, mits de boeren en Frank about tea daarvoor zouden betalen.

Een prijspremie betalen ten voordele van de boeren doen we graag. Een veel hogere licentiebijdrage aan een keurmerk instantie in het westen betalen… dat vinden we niet zo cool. Bovendien gaat de prijspremie die door de inkopers wordt betaald vaak op aan de hoge administratie- en overheadkosten van de boerencoöperatie, zonder ooit de individuele leden van de coöperatie te bereiken.

Om deze en andere redenen, hebben wij besloten geen keurmerk te gebruiken. Zonder diep in te gaan op mijn idealistische beschouwingen, zal ik zeggen dat een Fair Trade-keurmerk op onze thee niet de problemen gaat oplossen die we ter plaatse hebben waargenomen. Not very frank, dus..

Maar, wat dan?

We hebben de gouden oplossing niet, maar het begint er wel mee om op lokaal niveau waarde toe te voegen, en door directe handel (geen veiling), de keten zo kort mogelijk te houden. Alle tussenpersonen willen namelijk wat verdienen, en dat loopt op. Rechtstreeks in de gemeenschap investeren, zoals 2% van onze opbrengsten (of we nou winst maken of niet) die wordt besteed aan boeren trainingen.

Wij zijn er nog niet, maar we zijn op weg. Dit is zonder twijfel een langdurig proces. Een proces dat begint met het besef dat eerlijk zijn weinig te maken heeft met het plaatsen van een Fair Trade-keurmerk op je theeverpakking.

Keep it frank!

Valerie

Founder Frank about tea

Lees onze recente blogs hier...